De afgelopen jaren is de financiële bestaanszekerheid voor inwoners stap voor stap versterkt. Het minimumloon steeg en daaraan gekoppeld ook de uitkeringen, waardoor volgens Nibud-berekeningen het sociaal minimum inmiddels voor de meeste mensen toereikend is. Toch betekent dat niet dat elk huishouden nu moeiteloos rondkomt. In Amersfoort en Leusden blijven inwoners aankloppen bij het Geldloket, omdat bijvoorbeeld een scheiding, ziekte, een kind dat 18 wordt of te hoge lasten nog steeds tot geldzorgen leiden.

Aan de hand van vijf begrotingen van inwoners laat consulent Annemieke de Kruijf zien hoe de praktijk eruitziet.

Begroting 1: Alleenstaande met twee kinderen in de basisschoolleeftijd

InkomstenUitgaven
Netto inkomen
1.300,61
Huur
640,76
Individuele inkomstentoeslag
53,60
Energie
176,00
Bijdrage sport en cultuur
7,50
Water
19,00
Zorgtoeslag
131,00
Ziektekostenverzekering
184,25
Huurtoeslag
386,00
Verzekeringspakket
17,10
Kindgebonden budget
700,00
TV/internet/vaste telefoon
36,45
Kinderbijslag
236,00
Mobiele telefoon
11,45
Totaal inkomsten
2.814,71
Abonnementen
32,33
Reservering eigen risico zorgverzekering
32,00
Bankkosten
4,60
Boodschappen (inclusief persoonlijke verzorging, zelfzorgmiddelen en was- en schoonmaakmiddelen)
600,00
Kleding
300,00
Sociale participatie
137,00
Reservering onvoorziene uitgaven
130,00
Sparen (eigen spaardoelen)
0
Totaal uitgaven
2.320,94
Inkomsten
2.814,71
Uitgaven
2.320,94
Inkomsten min uitgaven
493,77

 

Toelichting

Aan de inkomstenkant zien we dat deze inwoner leeft van een bijstandsuitkering, de toeslagen ontvangt waarop recht is en gebruikmaakt van de Amersfoortse minimaregelingen.

Bij de uitgaven worden de gemeentelijke en waterschapsbelasting kwijtgescholden. Boodschappengeld en energiekosten liggen in lijn met de Nibud‑richtlijn; er is voldoende ruimte voor kleding en om te reserveren voor onvoorziene uitgaven. Vervoerskosten ontbreken: geen auto, geen OV. Voor sociale participatie rekenen we met de Nibud-richtlijn: € 137 per maand.

Onder de streep houdt dit huishouden iedere maand bijna € 500 over. Daarmee staat het er op korte termijn goed voor. “Maar zodra het jongste kind achttien wordt, valt een belangrijk deel van het inkomen weg: het kindgebonden budget en de kinderbijslag”, stelt Annemieke. “Dan ziet de begroting er heel anders uit.”

Begroting 2: Alleenstaande  IOW-er (oudere werkloze na afloop WW)

InkomstenUitgaven
Netto inkomen
1.300,61
Huur
744,87
Zorgtoeslag
131,00
Energie
100,00
Huurtoeslag
411,00
Water
15,00
Totaal inkomsten
1.842,61
Ziektekostenverzekering
185,23
Verzekeringspakket
112,74
Motorrijtuigenbelasting
45,00
Autoverzekering
23,00
Benzine
86,66
Onderhoud/keuring
0
TV/internet/vaste telefoon
45,00
Mobiele telefoon
35,75
Reservering eigen risico zorgverzekering
32,00
Bankkosten
3,90
Aflossen lening
50,00
Boodschappen (inclusief persoonlijke verzorging, zelfzorgmiddelen en was- en schoonmaakmiddelen)
311,00
Kleding
0
Sociale participatie
64,00
Reservering onvoorziene uitgaven
0
Sparen (eigen spaardoelen)
0
Totaal uitgaven
1.831,15
Inkomsten
1.842,61
Uitgaven
1.831,15
Inkomsten min uitgaven
11,46

 

Toelichting

Deze inwoner leeft van een IOW‑uitkering, bedoeld voor oudere werklozen na afloop van de WW. Het inkomen ligt op het sociaal minimum. Omdat nog geen vijf jaar is voldaan aan de voorwaarde van een inkomen tot 110% van de bijstandsnorm, is er nog geen recht op Individuele Inkomenstoeslag. Wel worden huur- en zorgtoeslag ontvangen.

In de uitgaven vallen een paar dingen op. De lokale lasten worden kwijtgescholden. Kosten voor onderhoud en APK van de auto ontbreken, waardoor onduidelijk is hoe een tegenvaller wordt opgevangen. Verder zien we aflossing van een lening. Voor sociale participatie rekenen met de Nibud-richtlijn. Er is geen ruimte opgenomen voor kleding of om te reserveren voor onvoorziene uitgaven.

Annemieke: “Deze begroting laat zwarte cijfers zien, maar staat in de min als je de kosten voor auto en kleding zou meetellen. Dit huishouden is financieel kwetsbaar. Eén tegenslag kan al grote problemen veroorzaken. Mogelijk verbetert de situatie zodra AOW en aanvullend pensioen ingaan.”

Begroting 3: Alleenstaande met koopwoning in de ziektewet

InkomstenUitgaven
Netto inkomen
1.662,17
Hypotheek
455,86
Zorgtoeslag
80,00
Bijdrage VvE (inclusief water/deel elektriciteit)
300,00
Totaal inkomsten
1.742,17
Energie
70,00
Lokale lasten
90,41
Ziektekostenverzekering
153,50
Verzekeringspakket inclusief autoverzekering
79,12
Openbaar vervoer
12,58
Motorrijtuigenbelasting
23,00
Benzine
105,00
Onderhoud/keuring
85,52
Reiskosten overig
29,90
TV/internet/vaste telefoon
40,97
Mobiele telefoon
9,37
Reservering eigen risico zorgverzekering
32,00
Bankkosten
3,65
Streamingdiensten
31,33
Abonnementen
25,67
Aflossen lening
50,00
Boodschappen (inclusief persoonlijke verzorging, zelfzorgmiddelen en was- en schoonmaakmiddelen)
311,00
Kleding
0
Sociale participatie
0
Huisdier (waaronder medicijnen, speciaalvoer)
100,00
Reservering onvoorziene uitgaven
0
Sparen (eigen spaardoelen)
0
Totaal uitgaven
2.008,88
Inkomsten
1.742,17
Uitgaven
2.008,88
Inkomsten min uitgaven
-266,71

 

Toelichting

Door ziekte is het inkomen van deze inwoner teruggevallen naar 70 procent van het laatstverdiende loon. Daardoor is er een flinke inkomensdaling ontstaan, terwijl de vaste lasten van de koopwoning gelijk zijn gebleven. Vooral de VvE‑kosten drukken zwaar op het maandbudget. “In een sociale huurwoning zou er recht zijn op huurtoeslag en zouden de woonlasten lager uitvallen,” legt de consulent uit. “Woonkostentoeslag kan tijdelijk wat lucht geven; daarop heb ik gewezen.”

In verband met de overwaarde in de koopwoning is er geen recht op minimaregelingen of kwijtschelding van lokale lasten en door fysieke klachten is de inwoner afhankelijk van de auto. Daarnaast zijn er hoge kosten voor speciaal voer voor een huisdier. Er valt nog iets te besparen op abonnementen, maar zelfs dan blijft de begroting in de min.

Het bedrag voor boodschappen ligt onder de Nibud‑norm van € 311 voor een alleenstaande. Er is geen ruimte voor kleding, sociale participatie of een financiële buffer voor onvoorziene kosten. Spaargeld is er niet meer en inmiddels maakt deze inwoner gebruik van de Voedselbank.

Volgens Annemieke is dit een situatie zonder eenvoudige oplossing. “Het is te hopen dat deze inwoner snel herstelt en weer volledig kan werken. Mocht dat niet zo zijn, dan zou de verkoop van de woning mogelijk helpen. Maar dat is wel een grote stap, zeker gezien het niet eenvoudig is een betaalbare woning te vinden.”

Begroting 4: Alleenstaande werkende

InkomstenUitgaven
Netto inkomen
1.636,92
Huur
922,43
Zorgtoeslag
131,00
Energie
107,00
Huurtoeslag
243,00
Water
13,00
Totaal inkomsten
2.010,92
Lokale lasten
33,75
Ziektekostenverzekering
170,00
Verzekeringspakket
17,41
Fiets
27,95
TV/internet/vaste telefoon
31,12
Mobiele telefoon
19,76
Reservering eigen risico zorgverzekering
32,00
Bankkosten
9,34
Streamingdiensten
13,99
Abonnementen
41,47
Betalingsregelingen
245,72
Boodschappen (inclusief persoonlijke verzorging, zelfzorgmiddelen en was- en schoonmaakmiddelen)
300,00
Roken
200,00
Kleding
0
Sociale participatie
0
Reservering onvoorziene uitgaven
0
Sparen (eigen spaardoelen)
0
Totaal uitgaven
2.184,94
Inkomsten
2.010,92
Uitgaven
2.184,94
Inkomsten min uitgaven
-174,02

 

Toelichting

Deze inwoner werkt en verdient € 1.636 per maand. Daarnaast komen huur- en zorgtoeslag binnen.

In de uitgaven valt meteen op dat de huur hoog is: € 900 per maand. De lokale lasten worden niet kwijtgescholden, omdat het inkomen daarvoor te hoog is. Een auto is er niet, wat kosten scheelt. Er is wel een maandelijkse reservering voor een fiets. Verder valt de post ‘roken’ op: € 200 per maand.

Er zijn een aantal abonnementen waarop mogelijk bespaard kan worden. Ook lopen er betalingsregelingen, die op basis van deze begroting niet passen. Het budget voor boodschappen ligt iets onder de Nibud-norm en er is geen ruimte gereserveerd voor kleding, onvoorziene uitgaven of sparen. Hierdoor is de financiële positie kwetsbaar. Elke maand komt deze alleenstaande werkende € 174 tekort.

Annemieke: “De grootste bespaaroptie is roken, maar stoppen is voor veel mensen erg moeilijk. We denken graag mee en kunnen doorverwijzen naar plekken om daar ondersteuning bij te krijgen.”

Begroting 5: Alleenstaande oudere met AOW en klein pensioen

InkomstenUitgaven
AOW uitkering
1.558,15
Huur
1.187,00
Pensioen
154,65
Energie
52,00
Zorgtoeslag
129,00
Water
11,00
Huurtoeslag
510,00
Ziektekostenverzekering
197,00
Totaal inkomsten
2.351,80
Verzekeringspakket (inclusief autoverzekering)
119,00
Openbaar vervoer
50,00
Fiets
20,00
Motorrijtuigenbelasting
23,00
Autoverzekering
42,00
Benzine/diesel/gas
106,00
Onderhoud/keuring
45,00
TV/internet/vaste telefoon
55,00
Mobiele telefoon
9,00
Reservering eigen risico zorgverzekering
32,00
Bankkosten
12,00
Streamingdiensten
10,00
Medische kosten
50,00
Boodschappen (inclusief persoonlijke verzorging)
250,00
Kleding
45,00
Sociale participatie
0
Reservering onvoorziene uitgaven
50,00
Sparen (eigen spaardoelen)
50,00
Totaal uitgaven
2.373,00
Inkomsten
2.351,80
Uitgaven
2.373,00
Inkomsten min uitgaven
-21,20

Toelichting

In deze begroting (uit 2026) vallen vooral twee zaken op: een laag aanvullend pensioen en de relatief hoge huur. Volgens de oude maximale huurgrens zou er geen recht zijn op huurtoeslag, maar Annemieke kon goed nieuws brengen: de regels zijn inmiddels is veranderd. “Mensen die nu boven de maximale huur voor de huurtoeslag zitten, krijgen wél huurtoeslag. Die wordt berekend tot het maximale bedrag: alles daarboven blijft voor eigen rekening”

Dat betekent in dit geval een grote verbetering: er komt voortaan maar liefst € 510 huurtoeslag per maand binnen. Iets waar deze inwoner eerder volledig buiten viel. “Deze inwoner was zó blij en dankbaar,” vertelt Annemieke. “De nieuwe huurtoeslag sluit veel beter aan bij de werkelijkheid. Mensen huren niet in de vrije sector omdat ze dat graag willen, maar omdat er geen betaalbare alternatieven zijn.”

Aan de uitgavenkant valt op dat er een auto is, met een kleine reservering voor onderhoud en APK. Het boodschappengeld ligt onder de Nibud-richtlijn — iets wat Annemieke vaker ziet bij mensen met een laag inkomen. “Veel mensen zijn gewend om van heel weinig te leven.” Verder zijn er reserveringen voor kleding, onvoorziene uitgaven en sparen. De zorgverzekering is duurder dan gemiddeld en maandelijks zijn er terugkerende medische kosten.

Ondanks de forse verbetering door de huurtoeslag blijft er een tekort van € 21 per maand. Toch staat deze inwoner er dankzij de huurtoeslag aanzienlijk beter voor dan voorheen.

Sterker sociaal minimum, toch financiële zorgen bij veel huishoudens

De begrotingen in dit artikel staan niet op zichzelf. Het zijn voorbeelden van situaties die consulenten van het Geldloket in Amersfoort en Leusden regelmatig tegenkomen. Ze laten zien dat de bestaanszekerheid de afgelopen jaren weliswaar beter is geborgd, maar dat er in de praktijk nog steeds individuele huishoudens zijn die moeite hebben om rond te komen. Vooral wanneer inkomsten nét te laag zijn of wanneer er hoge woonlasten, zorgkosten of andere onvermijdbare uitgaven spelen.

Aan de hand van de voorbeelden kan je geen conclusies trekken over groepen inwoners, maar Annemieke en haar collega’s herkennen een aantal patronen. Alleenstaande ouders met minderjarige kinderen staan er tegenwoordig relatief goed voor, dankzij gerichte regelingen. Maar alleenstaande ouderen zonder aanvullend pensioen hebben het juist moeilijk, vooral met een hoge huur of medische kosten. Werkende armen – mensen die wel werken maar net boven het sociaal minimum verdienen – zien hun inkomen onder druk staan door hoge woonlasten en omdat zij niet altijd recht hebben op toeslagen.

Daarnaast zien de consulenten inwoners die door ziekte of baanverlies plots in de knel komen. Oudere werkzoekenden vinden minder gemakkelijk nieuw werk. ZZP’ers onderschatten vaak de financiële onzekerheid van ondernemen, met name bij ziekte. En nieuwkomers hebben moeite om hun weg te vinden in regelingen en hebben vaak een klein sociaal netwerk.

Op basis van berekeningen met voorbeeldhuishoudens stelde het Nibud in juli 2025 dat het sociaal minimum inmiddels toereikend is. Maar het Nibud rekent met voorwaarden: inwoners moeten zeer goed met geld kunnen omgaan, alle inkomensondersteuning aanvragen én geen grote onvermijdbare uitgaven hebben. “En aan die voorwaarden voldoen situaties in de praktijk helaas niet altijd,” zegt Annemieke.

 

Verantwoording

In al deze begrotingen is het vakantiegeld niet meegenomen. De eerste vier begrotingen zijn uit 2025 en de vijfde is uit 2026. Bij hun adviezen gebruiken de consulenten de Nibud-normen voor leefgeld.

Foto: Consulent Annemieke de Kruijf van Geldloket helpt inwoners die moeilijk rondkomen. (VB Fotografie – Sabine Keijzer)